Naar aanleiding van 2 Koningen 4: 1-7. Hij wil dat we in nood bij Hem komen, of het nu om iets groots of kleins gaat (allerlei soorten kruiken, allerlei soorten nood).
Hij zal het vervullen op Zijn manier, en zorgt ervoor dat we weer verder kunnen.
In 2 Koningen lezen we dat de vrouw haar deur moet dichtdoen, Gods wonderen zijn niet voor pottenkijkers. Bidden doe je met gesloten deuren, jij en God samen, alleen!
“Maar u, wanneer u bidt, ga in uw binnenkamer, sluit uw deur en bid tot uw Vader, Die in het verborgene is; en uw Vader, Die in het verborgene ziet, zal het u in het openbaar vergelden. (Matheüs 6:6)”
Toch ook een open deur, om de open toegang uit te beelden die we hebben in het gebed.
“Laten wij dan met vrijmoedigheid naderen tot de troon van de genade, opdat wij barmhartigheid verkrijgen en genade vinden om geholpen te worden op het juiste tijdstip (Hebreeën 4:16).”
“Zal God dan geen recht doen aan Zijn uitverkorenen, die dag en nacht tot Hem roepen, ook wanneer Hij lang wacht om hen te hulp te komen? (Lukas 18:7).”
